
Een geknielde figuur rust op een monumentale wolk en probeert tegelijk een deel ervan vast te houden. De wolk — symbool voor het vergankelijke en ongrijpbare — krijgt hier tijdelijk een tastbare vorm. Het beeld verbeeldt de menselijke drang om dromen, herinneringen en betekenis te bewaren, ook al glippen ze voortdurend weg. De figuur probeert de hemel niet te beheersen, maar zoekt houvast in iets dat normaal niet vast te houden is. Door de ruwe, organische huid lijkt het werk tegelijk te ontstaan en te verdwijnen — alsof het elk moment opnieuw in lucht kan oplossen. De Oogster van Wolken gaat over verlangen, kwetsbaarheid en de eeuwige poging van de mens om het ontastbare een vorm te geven.